Boren in metaal vraagt meer precisie dan boren in hout. De boor loopt snel weg op een glad oppervlak, een schroefkop blijft uitsteken of een gat komt net naast de plek waar je het wilde hebben. Twee boren die in de werkplaats vaak onderschat worden, lossen precies die problemen op: de centreerboor en de verzinkboor.
Waarom een boor wegloopt op metaal
Een gewone spiraalboor heeft een beitelvormige punt in het midden. Op een hard en glad oppervlak heeft die punt weinig grip, waardoor de boor gaat dansen voordat hij in het materiaal bijt. Het gevolg is een gat dat niet op de juiste plek zit of een kras naast het gat. Met een körner zet je een klein putje, maar voor echt nauwkeurig werk is een centreerboor de betere keuze.
De centreerboor: een vast beginpunt
Een centreerboor is kort en stijf, met een dunne punt en een bredere schacht. Je boort er een klein, kegelvormig gat mee waarin je daarna met een grotere boor verder gaat. Zo begint elke volgende boor vanaf precies hetzelfde punt. De term centerboor wordt ook gebruikt, het gaat om hetzelfde gereedschap.
Centreerboren worden meestal gebruikt in ongelegeerde staalsoorten zoals plaatstaal, constructiestaal en gietijzer. Let bij het kopen op de norm: centreerboren volgens DIN 333a hebben een punthoek van 60 graden en zijn gemaakt van geslepen HSS, oftewel sneldraaistaal. Een overzicht van maten van 1 mm tot 6,3 mm vind je op boorkopen.nl, met uitleg over het gebruik in verschillende staalsoorten.
De verzinkboor: schroeven netjes verzonken
Gebruik je schroeven met een platte, verzonken kop, dan wil je dat die kop gelijk ligt met het oppervlak. Daarvoor heb je een verzinkboor nodig. Je boort eerst een gat met een normale boor en maakt daarna met de verzinkboor de bovenkant van het gat breder. Een verzinkboor met een hoek van 90 graden maakt een kegelvormige uitsparing die aansluit op de vorm van de meeste verzonken schroefkoppen.
Een verzinkboor werkt in metaal, maar ook in hout en kunststof, wat hem handig maakt voor wie verschillende materialen bewerkt. De boren zijn er in diameters van ongeveer 6 tot ruim 20 mm, los of als set (zie https://www.boorkopen.nl/metaalboren/verzinkboor/). Met een set heb je voor de meeste schroefmaten de juiste diameter bij de hand.
Tips voor een strak resultaat
Boor metaal op een laag toerental en gebruik snijolie, zeker bij dikker materiaal. Dat houdt de boor koel en voorkomt dat de snijkant bot wordt. Zet het werkstuk goed vast in een bankschroef of met lijmklemmen, zodat het niet kan meedraaien. Werk bij voorkeur met een kolomboormachine: daarmee staat de boor altijd haaks op het werkstuk.
Verzink in korte stappen en controleer tussendoor met de schroef zelf. Ga je te diep, dan zakt de kop te ver weg en verliest de verbinding sterkte. Een verzinkboor met een diepteaanslag helpt als je veel gelijke gaten moet maken.
De juiste volgorde
Wie de drie stappen aanhoudt, heeft minder uitval en strakker werk: eerst centreren, dan voorboren en op maat boren, en tot slot verzinken. Zo zit elk gat op de goede plek en valt elke schroefkop mooi vlak. Voor een bouwbedrijf of klusser die regelmatig beslag, profielen of plaatwerk monteert, zijn deze twee boren daarom een vaste waarde in de koffer.